Ik ben in het bezit van het Trouw Boekje van mijn Opa en Oma Crutzen. Dus Hubert Paul Crutzen en mijn Oma heette Catharina Huppertz. Mijn Opa heb ik niet gekend, die is gestorven in 1949 in Venray. Mijn oma was 23 jaar jonger als mijn opa, die trouwde in 1951 met Hubert Senden, waarmee ze al een relatie had voordat mijn opa overleden was, weet ik uit welingelichte bron. Mijn Oma had een Vivo winkel die haar waren betrok van een Grossier in Sittard. De bijrijder op de wagen van de grossier die de goederen kwam brengen was Hubert Senden. elke week zagen ze elkaar en toen mijn opa in Venray zat bloeide de liefde tussen mijn Oma en Hubert Senden op, nadat mijn Opa overleden was, moest er een periode van Rouw in acht worden genomen en het schijnt ook nog zo te zijn geweest dat Hubert Senden een schuld had die eerst vereffend diende te worden voordat het Huwelijk kon plaats vinden. Toen dat allemaal geregeld was trouwde mij oma in 1954 met Opa Senden.



Op een dag ergens in 2007 komt Tante Elly van Ome Men, naar me toe, omdat ze haar verzekeringspremie te hoog vond, of ik dat wilde nakijken. Ik vroeg haar of ze nog iets van Juwelen had, nee zegt ze, ook niet ergens in een kistje, nee was het antwoord. Of ik het huis mocht nakijken om te kijkwen wat ze allemaal had, dat was goed. In de kleerkast van de slaapkamer stond een blauw geldkistje. Ik vroeg haar wat daar in zat, dat wist ze niet, het kistje was van Ome men en zij had het daarom nooit open gemaakt, blijkbaar had ome Men haar dat verboden en daar hield ze zich nog altijd aan bijna 10 jaar na zijn dood. De inhoud had ze nog nooit gezien. Ik kreeg de sleutel en maakte het kistje open. Allerlei documenten lagen er in eerst begreep ik er niks van, maar met het lezen van de documenten werd het al snel duidelijk.
In 1953 eiste het eerste kind van Opa Crutzen de erfenis op.
Mijn oma had het geld niet, want ze had net de schuld van haar tweede man betaald. Er moest dus een oplossing worden gezocht. Mijn oma verkocht het huis aan de drie kinderen. Zodat mijn oma de erfenis kon betalen. Voor ome Men was dat Belen geen probleem, hij was via zijn bedrijf DSM het sparen voor een huis en kreeg van DSM de toestemming om het geld daar aan te besteden, dat is ook de reden, waarom ome men geen eigen huis had en steeds gehuurd woonde.


Deze regeling was bepalend voor ons leven. Een vader die weinig thuis was, altijd overwerken om de schuld te betalen. Een moeder die opgescheept zat met 4 kinderen het vijfde was onderweg. Bij de geboorte van Ignace, zei Tante Maria tegen me, ik dacht je moeder wilde geen kinderen meer. In die tijd begreep ik dat niet, maar na deze vondst wel. Ook de geweldvolte jeugd was daar debet aan.
Aan de andere kant waren ze het zelf schuld, was het niet zo dat mijn oma het kind verstoten had. Ondergebracht bij familie in Vaals, omdat ze er niks te maken wilde hebben, kreeg ze in 1953 de rekening gepresenteerd.